Door
Henry SturmanIn dit artikel zal ik iets uitleggen over het
libertarisme, een op vrijheid gebaseerde politieke filosofie. Het
libertarisme kan je in één zin samenvatten, bijvoorbeeld de volgende:
iedereen heeft de vrijheid te doen en laten wat hij wil, behalve een
niet-agressief persoon aantasten in persoon of eigendom. Het wordt ook
wel zo geformuleerd: niemand mag geweld initiëren. Geweld wordt in dit
verband gedefinieerd als het beschikken over de persoon of het eigendom
van een ander terwijl die ander daar bezwaar tegen heeft, of het dreigen
hiermee.
Uit het basisprincipe van het libertarisme volgt bijvoorbeeld dat je
niet mag stelen, moorden, verkrachten, etc. Echter, als iemand anders
met geweld begint mag je je wel met geweld verdedigen of laten
verdedigen. Fraude (het tot stand brengen van een ruil met een ander
d.m.v. een leugen) wordt binnen het libertarisme ook gezien als
geweldsinitiëring.
Nu is bijna iedereen het er over eens dat de libertarische
non-agressie regel van toepassing behoort te zijn op het gedrag van
normale burgers onderling. Het bijzondere aan het libertarisme is dat
zij de non-agressie regel ook van toepassing wil laten zijn op mensen
die handelen in opdracht van overheden. Veel overheidswetten zijn
namelijk gebaseerd op geweldsinitiëring en libertariërs zien deze wetten
graag verdwijnen. Bijvoorbeeld: de dienstplichtwet. De dienstplicht
houdt in dat jonge onschuldige medemensen gedwongen worden arbeid te
verrichten en andere bevelen uit te voeren, ook als ze daar geen zin in
hebben. Dedienstplicht is een vorm van slavernij. Als jonge mannen
dienstweigeren (zowel de militaire als de vervangende dienst) worden ze
in de gevangenis gestopt, terwijl ze zelf geen geweld hebben gepleegd.
Door middel van de dreiging met gevangenisstraf initieert de staat
geweld tegen dienstplichtigen. Het is echter geen geweldsinitiëring als
de overheid verkrachters in de gevangenis stopt; in dit geval is het de
verkrachter die begon met geweld. Hieronder volgen een aantal andere
voorbeelden van toepassingenvan het libertarisme.
Staatsterrorisme
Als Jantje een misdaad (met een misdaad bedoel ik een
geweldsinitiëring) tegen mij begaat mag ik hem daarvoor straffen.(Een
straf behoort wel proportioneel te zijn; je mag een ander niet
neerschieten voor het stelen van een kauwgompje.) Maar ik mag niet
Jantje's zusje Rietje straffen voor de misdaad van Jantje, want dat zou
geweldsinitiëring tegen Rietje zijn. In het groot mag dit ook niet, vind
ik. Daarom mogen staten in een oorlog geen bommen gooien op onschuldige
burgers. Aan het einde van de tweede wereldoorlog gooide de Amerikaanse
staat bijvoorbeeld atoombommen op Japanse steden met het oogpunt om de
Japanse staat te motiveren om zich over te geven. Deze daad is van
hetzelfde kaliber, maar dan op veel grotere schaal, als de actie van een
terroristische groep die onschuldige burgers laat ontploffen om een
staat te motiveren op de houden met de onderdrukking van een bepaalde
bevolkingsgroep.
Niet alle Japanse burgers hebben meegewerkt aan de oorlog en
onschuldige Japanners mogen niet gestraft worden voor de daden van
schuldige Japanners die wel aan de oorlog meewerkten; dit komt op
hetzelfde neer als het straffen van Rietje voor een misdaad van haar
broertje. Zelfs al streef je een lovenswaardig doel na, het stoppen van
een oorlog of het bevrijden van een volk, volgens het libertarisme is
het doden van onschuldige burgers een ongeoorloofd middel hiertoe. Als
het doden van onschuldige burgers niet een middel maar een neveneffect
is, dan heb ik er soms wel begrip voor. Bijvoorbeeld: ik vind het
persoonlijk soms wel goed om in een oorlog militaire doelen van de
vijand te bombarderen, ook als je weet dat er bij die actie een paar
burgerslachtoffers zullen vallen.
Verplichte boycots
Toen de Iraakse staat Koeweit bezette stelden westerse regeringen een
boycot in tegen alle Iraakse burgers voor de meeste produkten. Iedereen
is verplicht om aan deze boycot mee te werken; mensen die toch handel
proberen te drijven met Irakezen worden tegengehouden of kunnen gestraft
worden. Alle Iraakse burgers worden hiermee gestraft voor de daden van
de Iraakse staat. Ongeacht het doel van deze sancties, om dezelfde reden
als hierboven beschreven is dit libertarisch ongeoorloofd.
Minimumloon
Uit het libertarische basisprincipe volgt dat alle vrijwillige
transacties tussen mensen toegestaan dienen te worden; een vrijwillige
transactie is immers geen geweldsinitiëring. Het geheel aan vrijwillige
transacties tussen mensen kan je de vrije markt noemen. Als de overheid
een vrijwillige transactie verbiedt, dan is dit een geweldsinitiërende
interventie. Immers, zoals altijd kan de overheid alleen wetten
handhaven als ze bereid is geweld te gebruiken tegen hen die ze
overtreden.
Als Jantje en Pietje bijvoorbeeld afspreken dat Pietje werk gaat doen
voor Jantje in ruil voor een uurloon dat onder het wettelijk minimumloon
zit, dan is dit libertarisch verantwoord. De overheid verbied zo'n
transactie, zogenaamd om Pietje te beschermen tegen een laag loon. De
gedachte die hier achter zit is echter verkeerd. Als het instellen van
een minimumloon boven het marktloon heilzaam is voor werkers, waarom
stellen we dan geen minimumloon van een miljoen gulden per uur in?
Het idee is dat doordat er een minimumloon is, Pietje beter af is,
omdat hij dan meer verdient. De valstrik is dat de wet niet garandeert
dat Pietje daadwerkelijk door Jantje in dienst wordt genomen voor het
minimumloon. Misschien heeft Jantje het minimumloon er niet voor over en
neemt hij daarom Pietje niet in dienst. In dit geval werkt de
minimumloonwet ten nadele van zowel Jantje als Pietje; uit het feit dat
ze allebei vrijwillig bereid waren de overeenkomst op een loon lager dan
het wettelijk minimum af te sluiten blijkt dat ze dit beiden een
voordelige transactie vonden. Doordat de transactie niet plaats mag
vinden zijn ze beiden slechter af. Maar hoe zit het nu macro-economisch?
Op de vrije markt vinden prijzen een zodanig evenwicht dat vraag en
aanbod ongeveer aan elkaar gelijk worden. Prijsregulering ontregelt dit
proces. Bijvoorbeeld: de overheid heeft voor kamers een maximum
huurprijs vastgesteld, dat vaak lager is dan de huurprijs die op de
vrije markt zou gelden. Vergeleken met de situatie waarin de hogere
marktprijs zou gelden hebben mensen nu minder motivatie om kamers te
verhuren en hebben andere mensen meer motivatie om kamers te huren.
Vraag en aanbod sluiten niet meer op elkaar aan waardoor woningnood
ontstaat.
Wat gebeurt er als de overheid een minimumprijs voor arbeid instelt?
Er zullen waarschijnlijk banen zijn waar toch al een marktloon van boven
het minimumloon geldt en er zullen banen zijn waar het marktloon onder
het minimumloon zit. Op het eerste type banen heeft het minimumloon geen
effect, op het tweede wel. Omdat de lonen voor deze banen hoger worden
door het minimumloon, zijn minder mensen gemotiveerd om deze banen aan
te bieden en meer mensen zijn gemotiveerd om deze banen aan te nemen. De
vraag naar banen wordt groter dan het aanbod van banen en er ontstaat
werkloosheid. Mensen die ervaring hebben in het bedrijfsleven zullen
hier tegen in brengen dan men iemand in dienst neemt omdat men hem nodig
heeft en dat het marktloon bij deze beslissing geen grote rol speelt.
Dat is wel zo, maar alleen op de korte termijn.Op de langere termijn
treedt het volgende mechanisme in werking. Stel er is werkloosheid
(onder laaggeschoolde mensen). Als er geen minimumloon is zal het loon
voor laaggeschoolde mensen dalen door de marktwerking. Bedrijven gaan nu
meer winst maken omdat het verschil tussen verkoopopbrengsten en
produktiekosten groter wordt. Dit leidt tot lagere prijzen en hogere
produktie (en dus minder werkloosheid), vooral in de bedrijfstakken die
sterk afhankelijk zijn van laaggschoolde arbeiders. Er zijn twee
mogelijke redeneringen om dit te verklaren:
- De grotere winstmogelijkheid motiveert ondernemers om te
investeren in grotere produktie. Bovendien worden entrepreneurs
gemotiveerd om nieuwe bedrijven te starten in de meest winstgevende
bedrijfstakken. Om de grotere produktie kwijt te raken moeten de
prijzen dalen (hierdoor dalen de winsten weer). Voor de grotere
produktie zijn meer arbeiders nodig.
- Door de grotere winsten worden de prijzen omlaag geconcurreerd.
Door de lagere prijzen komt er meer vraag naar produkten, waardoor de
produktie toeneemt en werkloosheid afneemt.
Redenering 2 is eigenlijk een verkorte versie van 1 in een andere
(minder realistische) volgorde.
Maar daalt de algemene vraag naar produkten niet bij omlaag gaande
lonen, omdat arbeiders minder inkomen hebben uit te geven, zodat
werkloosheid juist versterkt wordt? Nee, want bij een loondaling maken
de bedrijfseigenaren evenveel meer winst als dat arbeiders minder
verdienen. Er treedt dus een verschuiving van koopkracht op van
arbeiders naar aandeelhouders en ondernemers. Een deel van de winst zal
gebruikt worden voor investeringen, zodat wel een deel van de vraag kan
verschuiven van de consumptiegoederenmarkt naar de
kapitaalgoederenmarkt. En als aandeelhouders hun verhoogde dividend nu
sparen i.p.v. uitgeven? Dit spaargeld wordt ook gebruikt om goederen te
kopen, omdat de bank dit geld weer aan een ander uitleent. Er is nog
iets dat over het hoofd wordt gezien door degene die de vraag aan het
begin van deze alinea stelt. Impliciet wordt verondersteld dat de
economie een kringloop is, zoals we vroeger op de middelbare school op
de economie les leerden. Wat de bedrijven verdienen geven ze door aan de
huishoudens in de vorm van lonen en winsten en de huishoudens geven het
geld weer door aan de bedrijven bij de aankoop van produkten. Dit
suggereert dat een daling van lonen en prijzen, zoals hierboven
beschreven, geen zin heeft m.b.t. oplossing van werkloosheid: door
lagere prijzen komt er minder geld binnen bij de bedrijven en die geven
evenveel minder geld door aan de huishoudens. De totale koopkracht
blijft dus hetzelfde: de zelfde hoeveelheid produktie als vroeger wordt
verkocht, alleen tegen lagere prijzen en dus wordt de werkloosheid niet
opgelost. Wat er niet klopt aan deze redenering is de aanname dat op elk
tijdstip de aankoopgeldstroom naar bedrijven toe even groot is als de
loon- en winststroom vanbedrijven naar huishoudens toe. In tijden van
prijsdeflatie wordt iedereens geldvoorraad echter meer waard in termen
van koopkracht. Aangenomen dat de gemiddelde vraag naar geldvooraad
hetzelfde blijft, in termen van koopkracht, zullen mensen de neiging
hebben hun geldvoorraad op te maken totdat de overgebleven geldvoorraad
evenveel koopkracht representeert als voor de deflatie. Er is dan
tijdelijk een situatie waarin er meer wordt uitgegeven dan verdiend.
Aangezien niet iedereen tegerlijkertijd geldvoorraad kan kwijtraken in
termen van guldens, tenzij er geld vernietigd wordt, wordt de poging van
mensen om hun geldvoorraad kwijt te raken uiteindelijk weer vertaald in
hogere prijzen. (De reden dat je in de praktijk niet vaak prijsdeflatie
tegenkomt is dat deze gecompenseerd wordt doorgeldinflatie; zie
verderop. Er treedt in de praktijk wel relatieve prijsdeflatie op als
prijzen relatief minder snel stijgen dan de geldhoeveelheid.)
Ten voordele van wie werkt het minimumloon? Door het minimumloon
hebben sommige mensen die werk hebben een hoger loon dan ze anders
zouden hebben. Andere mensen hebben geen werk, terwijl ze anders wel
werk zouden hebben. Het minimumloon werkt dus in het voordeel van
sommige mensen ten koste van anderen die werkloos worden. Door het
minimumloon worden werkgevers geconfronteerd met een overschot aan
werkers die zich aanbieden. De werkgevers zullen er in het algemeen voor
kiezen om de meest produktieven in dienst te nemen omdat ze verplicht
zijn minder produktieven evenveel te betalen als anderen. Hierdoor
blijven de meest onproduktieve werkers, zoals bijvoorbeeld
gehandicapten, werkloos. De bedoeling van de minimumloonwetten is om de
zwakken te beschermen tegen de sterkeren. Het resultaat is omgekeerd:
relatief sterke werkers krijgen een hoger loon ten koste van het feit
dat relatief zwakke werkers werkloos worden. En het is nog maar de vraag
of de sterkere werkers op de lange duur echt een hoger netto loon
hebben; door de extra werkloosheid worden er meer
werkloosheidsuitkeringen betaald, zodat de overheid gemotiveerd is om
meer loonbelasting en/of premies te heffen. Volgens mij is de beste
manier om de laagstbetaalde werkers meer geld te laten overhouden:
minder belasting van ze heffen (zie verderop).
Moraliteit en economische regulering
In de politiek heeft men het vaak over "het reguleren van de
economie". In feite is dit een eufemisme voor "het reguleren van
mensen". De economie is immers de verzameling van transacties tussen
mensen. En economische regulering betekent meestal dat bepaalde
niet-agressieve handelingen tussen mensen verboden worden; wat dat
betreft is regulering altijd destructief in plaats van constructief.
Hierboven zijn al twee voorbeelden van zulke verboden handelingen aan de
orde gekomen: het ruilen van arbeid voor "te weinig" geld en het ruilen
van boodschappen voor geld op de "verkeerde" tijd of dag. Andere
voorbeelden van verboden niet-agressieve handelingen zijn: het hebben
van een bedrijf of het uitoefenen van een beroep zonder het vereiste
diploma of de vereiste vergunning, het regelen van adoptie van kinderen
buiten de officiële adoptieorganisaties om, werken door illegale
immigranten, het aangaan van een arbeidscontract instrijd met een door
derden afgesproken en door de staat algemeen verbindend verklaarde CAO,
het uitgeven van op een gouden standaard gebaseerd geld.
Als men in de politiek praat over het te voeren economische beleid
wordt in de afweging altijd het accent gelegd op welk beleid de meeste
praktische voordelen oplevert voor het algemeen belang (in werkelijk is
dit meestal het belang van een bepaalde pressiegroep). De moraliteit van
een nieuwe economische wet komt pas op de tweede plaats. Libertariërs
schenken veel aandacht aan de moraliteit van economische regulering; en
ons standpunt is dat economische interventie moreel niet goed is. De wet
behoort de vrijheid van mensen om vrij met elkaar samen te werken en te
ruilen te beschermen in plaats van aan te tasten. (Met een economische
interventie bedoel ik het wettelijk ingrijpen in geweldloze transacties
tussen mensen. Het bijvoorbeeld verbieden van de uitstoot van ongezonde
stoffen door een fabriek beschouw ik niet als een economische
interventie; de uitstoot van ongezonde stoffen kan je zien als een
aantasting van andere personen en is dus geen geweldloze transactie.)
Drugs
Aangezien het gebruik van of de handel in drugs geen gewelddadige
bezigheden zijn, dienen deze zaken volgens libertariërs gelegaliseerd te
worden. Drugswetten worden verdedigd op basis van het feit dat ze mensen
beschermen tegen iets dat slecht is. Volgens libertariërs mag je echter
niet oordelen over wat goed en slecht is voor een ander en je mag een
levensstijl zeker niet met de wet aan anderen opleggen. Naar ik aanneem
zullen er ook mensen zijn die vinden dat alcohol, tabak en koffie (de
legale drugs), onveilig vrijen, vet eten, gevaarlijke sporten beoefenen
en je geld verkeerd besteden slecht zijn. Moeten deze zaken ook verboden
zijn? De taak van wetten dient slechts te zijn om mensen tegen elkaar te
beschermen, niet "tegen zichzelf". Zijn mensen soms te stom om zelf te
kiezen wat goed voor hun is? Zo ja, is het dan een goede oplossing om
een groep mensen in Den Haag te laten kiezen wat goed en slecht is voor
ons allemaal? Aan de andere kant is het wel prima om mensen voorlichting
te geven over nadelen van drugs en ze proberen over te halen om ze niet
te gebruiken, zolang je het niet met geweld verbiedt.
Er zijn ook wat praktische zaken aan de orde bij het verbieden van
drugs. Zelfs al zou het zo zijn dat sommige mensen voordeel hebben bij
het drugsverbod, bijvoorbeeld doordat het ze er van weerhoudt om drugs
te proberen en verslaafd te raken, dan nog dienen degenen die meedoen
aan "the war on drugs" zich te realiseren dat hun beleid ten nadele
werkt van de mensen die ondanks het drugsverbod toch junkie worden. De
volgende drie praktische nadelen zijn onder andere verbonden aan een
verbod op drugshandel:
- Door een gebrek aan rechtsbescherming en kwaliteitscontroles op de
zwarte drugsmarkt varieert de samenstelling en zuiverheid van gekochte
drugs nogal. Op deze wijze kunnen drugsconsumenten ongewenst stoffen
binnenkrijgen, anders dan en ongezonder dan datgene wat ze dachten
binnen te krijgen. Bovendien kunnen junkies, eerder dan in een legale
situatie, aan een overdosis overlijden vanwege een drugszuiverheid die
onverwacht hoger is dan die van de vorige shot.
- Op de zwarte markt zijn de kosten van drugs veel hoger dan in een
legale markt zou gelden. Hierdoor zijn junkies veel geld aan hun hobby
kwijt en houden ze minder geld over voor andere dingen. En om het
benodigde geld te verkrijgen moeten ze activiteiten ontplooien die ze
wellicht niet leuk vinden, zoals prostitueren. De hoge prijs van drugs
op de zwarte markt komt o.a. door: (a) er zijn vele tussenhandelaren
nodig om te zorgen dat het distributienetwerk beter bestand is tegen
oprolling, (b) drugsdealers in alle distributiestadia worden met hoge
verdiensten gecompenseerd voor het risico dat ze lopen, (c) de laatste
distributieschakel (van straatdealer naar consument) is vooral erg
duur omdat niet zoals bij legale artikelen ‚‚n winkelier vele klanten
per dag kan voorzien en dus moet het salaris van de dealer uit een
relatief kleine hoeveelheid drugsverkoop gefinancierd worden, (d) er
moeten smeergelden aan overheidsfunctionarissen betaald worden om de
produktie en handel te vergemakkelijken (vooral in het land van
herkomst) en (e) het aantal drugsaanbieders blijft relatief laag omdat
veel mensen uit principe de wet niet willen overtreden. Om een indruk
te krijgen van het verschil in prijs op een legale en illegale markt:
In1984 was de prijs van twintig 10-milligram hero‹ne tabletten, legaal
per recept verkrijgbaar voor ongeneeslijk zieken in Engeland, ongeveer
f.2,40. Op basis van een typische hero‹neverslaving, met een
consumptie van 50 milligram per dag, komt dit neer op f.0,60 per dag.
De zwarte markt prijs ligt meer dan honderd keer zo hoog
[1].
- Er is nog een praktisch argument voor legalisering van drugs dat
verband houdt met punt 2: veel junkies stelen om het benodigde geld
voor hun drugs te verkrijgen. We mogen aannemen dat een deel van deze
junkies sowieso crimineel is ingesteld en ook zou stelen als de
prijzen van drugs niet zo hoog zouden zijn. Naar ik aanneem is er
echter ook een groep, ik denk het merendeel, dat vanwege de hoge prijs
van drugs gemotiveerd wordt om te stelen (alcoholisten hoeven immers
ook niet te stelen om aan de alcohol te komen; omdat alcohol legaal
verkrijgbaar is is het betaalbaar - ondanks de hoge accijns).
Drugslegalisering zou de samenleving deze criminaliteit besparen.
Belasting
Belasting is diefstal. Wat is immers het verschil tussen een gewone
dief en de fiscus? Beiden nemen jouw zonder jouw toestemming af datgene
wat je eerlijk verdiend of gekregen hebt. Als je dit tegen mensen zegt,
dan zeggen ze vaak dat belasting geen diefstal is omdat het een betaling
voor diensten is; van dezelfde overheid die belasting heft kun je immers
een hoop terug krijgen: gratis onderwijs voor je kinderen,
subsidies,uitkeringen, infrastructuur, politiediensten, etc. Dat is wel
zo, maar datgene wat er oneerlijk aan is is dat de belastingbetaling
niet gekoppeld is aan de consumptie van die diensten. Als je geen enkele
overheidsdienst consumeert moet je toch evenveel belasting betalen als
wanneer je wel overheids diensten consumeerde. Het grootste probleem van
deze redenatie is echter dat het teveel bewijst. De regel is blijkbaar
dat diefstal geen diefstal is als je een ander diensten levert in ruil
voor het verkregen geld. Dit zou betekenen dat de bakker een brood op
jouw stoep mag leggen dat je niet besteld hebt en vervolgens van jou
betaling mag eisen.
Het wordt trouwens niet door veel mensen ingezien dat
belastingheffing, net als veel andere overheidstaken,
opgeweldsinitiëring berust. Net als de maffia zegt de overheid impliciet
tegen je: betaal mij of ik stuur mannen met wapens op je af. Dat is
namelijk de uiterste consequentie van een wet: dat hij met geweld zal
worden afgedwongen. Een wet heeft weinig zin als er geen consequenties
zijn verbonden aan het niet nakomen van de wet. Zoals gezegd, bij wetten
die geweldsinitiëring verbieden is dat OK; als iemand steelt, verkracht
of moordt is hij zelf met geweld begonnen. Een reactie met geweld is dan
gepast. De belastingontduiker pleegt echter geen geweld. Hij ruilt
slechts zijn arbeid (of iets anders) voor geld en wil graag het
volledige profijt hebben van zijn moeite. Als de staat hier achter komt
gebeurt er het volgende. Eerst zal je waarschijnlijk een aanslag
krijgen. Als je die niet betaalt komt er een deurwaarder. Als je die ook
niet betaalt, dan komt er waarschijnlijk iemand om je spullen in beslag
te nemen. Als je weigert die persoon binnen te laten, zullen er later
politieagenten met pistolen komen om bij je binnen te breken. Ook worden
af en toe belastingontduikers in de gevangenis gestopt.
"Belastingfraudeurs" worden ze genoemd. Maar er bestaat niet zoiets als
belastingfraude (tenzij je bedoelt dat de belastinginspecteur zonder dat
je dit weet meer belasting van je heft dan volgens de wet mag). Fraude
is van een ander iets afnemen door middel van leugens. Als je geen
belasting betaalt neem je niets van een ander af, maar voorkom je dat
een ander iets van jouw afneemt. Als een dief op straat je aanvalt en je
portemonnaie eist en je liegt en je zegt dat je er geen bij je hebt, dan
zeg je toch ook niet dat je diefstalfraude gepleegd hebt?
Een tweede argument waarmee men probeert aan te tonen dat belasting
geen diefstal is: Nederland is van de Nederlandse staat en zij mag
mensen dus geld vragen voor het feit dat ze je hier laten wonen, net
zoals een grondeigenaar huur mag vragen aan mensen die op zijn land
wonen. Maar de maffia, of iedere andere willekeurige groep mensen, kan
ook zeggen dat ze eigenaar zijn van het hele land en daarmee hun
afpersing goed praten. Volgens mij is alleen het landeigendom op het
beschouwingsniveau van particulieren geldig, omdat dit normaal gesproken
op een eerlijke wijze verkregen is: door ervoor te betalen of land te
gaan gebruiken dat nog niemand anders gebruikt. Boeren, bedrijven en
individuen kopen in het algemeen hun grond op de markt en mogen daarom
vervolgens hun land verhuren indien zij dat willen. Geen enkele staat
heeft echter zijn territorium gekocht of anderszins eerlijk verkregen.
Historisch gezien is waarschijnlijk elke staat tot stand gekomen door
verovering [2]. Het beroep van een staat op eigendomsrecht over haar
territorium is daarom volgens mij onterecht.
Een derde argument voor het standpunt dat belasting geen diefstal is:
"We" hebben er democratisch voor gekozen. Stel ik kom twee dieven tegen
op straat en zij stemmen alle twee ervoor om mij te bestelen en ik stem
tegen. Als ze mij nu bestelen, is het dan diefstal? Als ze als
tegenprestatie mij een dienst leveren (die ik niet besteld heb) is het
dan diefstal?
Vrijwillige betaling voor diensten
Libertariërs zijn er dus voor om de belastingen af te schaffen. Maar
hoe moeten dan de wegen, scholen, sociale uitkeringen, politie etc.
betaald worden? Libertariërs beweren dat het niet noodzakelijk is dat de
staat voor al deze dingen zorgt. Dit wil echter niet zeggen dat
libertariërs al die diensten die de overheid levert willen afschaffen.
Libertariërs willen alleen maar dat de financiering van diensten op
basis van vrijwilligheid gebeurt in plaats van op basis van dwang
(belasting), net zoals het in het bedrijfsleven al de gewoonte is: Shell
dwingt me niet om hun benzine te kopen. Maar is belasting niet
noodzakelijk om brandweer, gezondheidszorg, etc. te financieren? Is
belasting noodzakelijk om de produktie van schoenen te financieren? Nee.
Mensen hebben behoefte aan schoenen. Andere mensen nemen daarom het
initiatief om schoenen te produceren en deze te verkopen aan mensen die
ze willen hebben. De financiering van de produktie van schoenen vindt op
vrijwillige basis plaats: mensen die schoenen willen, betalen daarvoor
en het geld dat van te voren nodig is om een schoenen fabriek op te
richten wordt verschaft door kapitalisten die later winst hopen te
maken. Op dezelfde manier kunnen onderwijs, verzekeringen,
brandweerdiensten, politiediensten, etc. op de vrije markt verkocht
worden. Wegeigenaren kunnen mensen die over hun wegen willen rijden tol
laten betalen. Mensen kunnen de politie inhuren om hun gestolen spullen
op te sporen, etc. En mensen kunnen zich vrijwillig verzekeren tegen
arbeidsongeschiktheid, ouderdom, ziekte, werkloosheid, etc.
Welvaart
Het is volgens mij redelijk om aan te nemen dat de welvaart van de
meeste mensen bevorderd zal worden door het afschaffen van belastingen
en de demonopolisering van allerlei dienstverlening. (Demonopolisering
wil zeggen dat overheidsmonopolies of door de overheid ingestelde
kartels worden afgeschaft. Voorbeelden van overheidsmonopolies zijn:
wegen, KPN, nutsbedrijven. Een kartel wil zeggen dat het aantal
producenten van een bepaald produkt beperkt wordt gehouden. Een
voorbeeld van een door de overheidingesteld kartel is het taxikartel.
Door middel van een vergunningenstelsel wordt het aantal taxi's beperkt
gehouden.) Afgezien van het feit dat het mij persoonlijk veel leuker
lijkt om een groter inkomen zelf te kunnen uitgeven in plaats van dat de
overheid dat voor me doet, zijn er tenminste 4 redenen waarom
demonopolisering en het afschaffen van belastingen de welvaart zullen
verhogen:
- Als er geen belastingen en overheidsmonopolies zijn vindt de
produktie van diensten in vrije concurrentie op de markt plaats.Het
winst/verlies systeem zorgt dat producenten een prikkel hebben om
efficiënt te produceren. Hoe efficiënter (goedkoper) een bedrijf
produceert, hoe meer winst het namelijk overhoudt per produkt
(verkoopprijs minus produktiekosten). Het concurrentiemechanisme zorgt
ervoor dat deze efficiëntie op de lange duur als voordeel terecht komt
bij de consument. Als er hoge winsten te maken vallen in een
bedrijfstak, stimuleert dat bestaande producenten om meer te
produceren en het trekt nieuwe producenten aan. Om de grotere
produktie kwijt te raken moeten de prijzen dalen. Bovendien heeft een
producent er vaak baat bij goedkoper te leveren dan zijn concurrent,
om klanten te trekken. Dit proces zorgt ervoor dat de verkoopprijs van
een produkt nooit lang veel hoger blijft dan de produktiekosten. Als
bedrijven in een industrie efficiënter worden, dalen op den duur dus
de prijzen. Het winst/verlies systeem en het concurrentiemechanisme
ontbreken bij de overheid, zodat door de overheid verzorgde diensten
duurder uitvallen dan ze op de vrije markt zouden zijn.
- Op de vrije markt is er door een trial and error mechanisme een
neiging naar efficiëntie en optimale afstemming op de behoeftes van
klanten. Bestaande of nieuwe bedrijven kunnen en zullen nieuwe
produktiemethodes en organisatievormen uitproberen; in ieder geval
zijn de methodes en organisatie van twee verschillende bedrijven nooit
precies hetzelfde. Bedrijven wiens methodes goed blijken te werken
blijven op de markt bestaan en bedrijven wiens methodes niet goed
werken hebben de neiging failliet te gaan. Op deze manier vindt er op
de markt evolutie plaats, waarbij de meest efficiënte
produktiemethodes en organisatievormen geselecteerd worden. Zoals
onder punt 1 vermeld is dit uiteindelijk in het voordeel van de
consument. Het trial en error mechanisme ontbreekt als de overheid via
belasting een dienst financiert of een monopolie heeft, omdat ze dan
de enige producent is en er dus maar ‚‚n produktiemethode en
organisatievorm wordt uitgeprobeerd. En zelfs als de overheid
verschillende dingen uitprobeert (tegelijkertijd of na elkaar) dan nog
ontbreekt het selectieproces omdat de overheid wegens gebrek aan een
winst/verliessysteem niet kan bepalen welke methode het beste werkt.
En zelfs al zou de overheid kunnen bepalen wat de beste
produktiemethode is, dan nog is er geen goed mechanisme dat de
uitkomst van het politieke krachtenspel in het voordeel van
efficiëntie doet uitkomen.
- Zelfs al zou de overheid een met belastingen gefinancierde dienst
even goedkoop verzorgen als op de vrije markt zou gebeuren, toch kan
dit een verspilling van geld zijn. Een voorbeeld: stel dat de overheid
een gat zo groot als een kubiekevoetbalveld laat graven in de grond en
deze vervolgens weer laat dichtstoppen. Hoe goedkoop dit ook gebeurt,
het is een verspilling van geld, omdat hier geen behoefte aan is. Dit
is een extreem voorbeeld, maar gedeeltelijk treedt zo'n verspilling op
bij elke door de overheid met belastinggeld gefinancierde dienst, of
het nou onderwijs, politie, gezondheidszorg of wat dan ook is. Kijken
we bijvoorbeeld naar het onderwijs dat een individu van de overheid
ontvangt. Het geld dat dit kost kan, nog los van de
efficiëntieoverwegingen onder punt 1 en 2, gedeeltelijk verspild zijn
om 3 redenen: (a) het betreffende individu had liever meer geld
uitgegeven voor een betere kwaliteit onderwijs, (b) het betreffende
individu had liever minder geld uitgegeven voor een mindere kwaliteit
onderwijs en (c) het betreffende individu had liever een ander soort
van onderwijs voor het geld gehad. Doordat belastingfinanciering zorgt
voor een fatale splitsing tussen betaling voor en levering van een
dienst is het in het algemeen niet zo dat de dienst een optimale
behoeftebevrediging veroorzaakt bij de consument vergeleken met de
door de overheidgemaakte kosten. Alleen op de markt waar ieder zijn
eigen bestedingen vaststelt kan ieder zijn geld op zodanige wijze
besteden dat hij van dat geld zo hoog mogelijke behoeftebevrediging
verkrijgt. De overheid kan nooit weten hoe ze het belastinggeld moet
besteden op zodanige wijze dat behoeften optimaal bevredigd worden.
Het geld wordt verspild in de mate dat de behoeftes van mensen minder
optimaal vervuld worden dan op een vrije markt zou gebeuren.
Directe
uitkeringen kunnen ook in grote mate verspillend zijn. Stel ik kan
kiezen tussen een werkloosheidsuitkering van f.1200,-per maand
inclusief de daaraan verbonden eis dat ik niet werk, of een vervelend
baantje dat netto f.1800,- per maand betaalt. In een extreem geval zou
mijn indifferentie situatie liggen op het punt waar het loon
bijvoorbeeld f.1900,- per maand zou zijn. Dat betekent dat ik gelijke
voorkeur heb voor f.1200,- per maand en niks doen en f.1900,- per
maand en vervelend werk doen. Omdat in het voorbeeld het baantje
f.1800,- per maand betaalt kies ik dus voor de uitkering. Die keuze
heeft voor mij ongeveer f.100,- per maand meer waarde dan het baantje.
Maar het kost de overheid f. 1200,- per maand om die mogelijkheid te
implementeren. f.1100,-van die f.1200,- is dus verspild.
- Belasting op ruil vernietigt voor een deel de maatschappelijke
voordelen van arbeidsspecialisatie. Stel dat mijn specialisme brood
bakken is en ik kan daar f.30,- per uur mee verdienen. Nu wil ik graag
dat mijn auto gerepareerd wordt. Daar zou ik zelf 10 uur over doen.
Een professionele reparateur doet daar echter 7 uur over en kost
f.30,- per uur. Ervan uitgaande dat ik repareren even leuk vind als
brood bakken, zal ik de reparateur inhuren. Ik hoef namelijk maar 7
uur brood te bakken om het geld daarvoor te verdienen, terwijl ik 10
uur kwijt zou zijn als ik zelf de auto repareerde. Stel nu dat er 50%
belasting is op alle verdiensten. Nu is het voordeliger voor mij om
zelf de auto te repareren; dat kost mij namelijk 10 uur, terwijl ik 14
uur zou moeten broodbakken om het geld voor een professionele
reparateur te verdienen. Voor de maatschappij als geheel is deze keuze
echter niet efficiënt; iedereen is het meest produktief als hij
datgene doet waar hij het beste in is. In onze samenleving zie je vaak
mensen klusjes voor zichzelf doen waar ze ook anderen voor hadden
kunnen inhuren: boodschappen doen, schilderwerk, autoreparaties, lopen
in plaats van een taxi nemen, eten koken in plaats van naar een
restaurant gaan of laten bezorgen, etc. Soms doen mensen dit omdat ze
het leuk vinden, soms komt het doordat belastingen het alternatief
onvoordelig maken. In een belastingvrije samenleving zul je veel meer
zien dat mensen dit soort klusjes uitbesteden.
Armoede
Libertariërs worden vaak verweten dat ze een systeem willen waarin de
armen armer worden en de rijken rijker. Het idee is dat de huidige staat
de armen bevoordeeld door hun uitkeringen en subsidies en onderwijs en
gezondheidszorg, etc. te geven en dat ze dus in een vrije markt slechter
af zouden zijn. Dit is volgens mij een vreselijk misverstand.
Ongetwijfeld is het de bedoelingvan veel socialisten dat de
verzorgingsstaat de armen bevoordeeld ten koste van de rijken. Maar dit
is niet mogelijk gebleken (o.a.omdat het merendeel van de bevolking niet
speciaal arm is en er daarom niet systematisch voor stemt om de armen
van hun te laten profiteren). Tegenover de cadeautjes van de staat staan
de belastingen. Zowel arme als rijke mensen betalen veel belastingen.
Zelfs een minimumloner krijgt netto niet veel meer dan de helft in
handen van de loonkosten van zijn werkgever. En via de prijs van de
produkten die hij koopt betaalt hij ook nog eens B.T.W. en allerlei
andere kostprijsverhogende belastingen. Net als de belastingen komen de
cadeautjes van de staat ook zowel bij arme als rijke mensen terecht.
(Onderwijs is een goed voorbeeld van iets waar vooral rijken van
profiteren, getuige het feit dat ouders van studenten gemiddeld rijker
zijn dan ouders van andere jongelui en het feit dat mensen die langer
studeren zelf later gemiddeld rijker worden dan anderen). Sommige mensen
denken dat er een systematische herverdeling is van rijk naar armen
sommige mensen denken dat er een systematische herverdeling is van arm
naar rijk. Beide veronderstellingen zijn volgens mij onjuist. Er vindt
slechts een systematische herverdeling plaats van arm en rijk naar de
staat en de opbrengst van die herverdeling wordt grotendeels verspild,
zoals ik hierboven heb getracht aan te tonen.
Arbeidsongeschikten, ouderen, etc. hadden zich op de vrije markt ook
kunnen verzekeren tegen deze situaties, met meer keuzevrijheid. En
behalve de verspillingen inherent aan het belastingen/overheidsuitgaven
systeem beperkt de economische regulering efficiëntie en de
mogelijkheden van gewone mensen om ondernemingsinitiatieven te tonen.
Mijn conclusie is dat vrijwel iedereen, zowel arm als rijk, beter af zal
zijn onder vrijheid.
Terug naar top.
Democratie
Democratie is twee wolven en een schaap die erover stemmen wat ze
zullen gaan eten. Veel mensen vinden dat wetten gerespecteerd moeten
worden omdat ze gemaakt worden via een democratische procedure. Als er
democratisch een wet wordt gemaakt dat alle vrouwen door mannen geslagen
mogen worden, is dit dan een wet die gerespecteerd dient te worden?
Moeten we belastingen betalen omdat diegenen die belasting van ons
heffen via een democratische procedure gekozen hebben om dat te doen?
Libertariërs vinden dat de moraliteit van handelingen niet beoordeeld
dient te worden op basis van de procedure waarmee gekozen is die
handelingen te verrichten, maar op basis van de daad zelf. Het criterium
van Libertariërs om de moraliteit van een daad te beoordelen is de vraag
of de handeling de vrijheid van individuen aantast om over hun eigen
leven te beschikken.
Terug naar top.
Inflatie
Met inflatie bedoelt men meestal het stijgen van prijzen. De reden
dat prijzen op de lange duur steeds stijgen (afgezien van natuurlijke
prijsfluctuaties) is omdat de overheid geld creëert. Dit kan gebeuren
door bankbiljetten bij te drukken of door de centrale bank giraal geld
te laten creëren. Omdat zodoende meer geld concurreert om de
geproduceerde produkten te kopen, worden de prijzen van arbeid en
produkten omhoog gedreven (de uitgeoefende geldkoopkracht per
tijdseenheid kan immers niet langduring groter zijn dan de per
tijdseenheid gecreëerdeproduktie uitgedrukt in hetzelfde geld). Inflatie
is een vorm van belasting, omdat de overheid zich met het gecreëerde
geld koopkracht verwerft ten koste van de koopkracht van geldbezittende
burgers. Dit alles is ook de reden waarom overheden over de gehele
wereld gelduitgifte hebben gemonopoliseerd en de gouden standaard hebben
vervangen door een papieren standaard. Een gouden standaard kan immers
niet ge‹nflateerd worden door de overheid. In tegenstelling tot op
papier gebaseerd geld, dat met een druk op de knop op de bankrekening
van de overheid bij de centrale bank wordt toegevoegd, moet goud uit de
grond worden gehaald met behulp van een zeer duur proces. In vroeger
eeuwen kwam inflatie dan ook nauwelijks voor.
Terug naar top.
Noten
- [1]
- Ronald Hamowy, et al.,"Dealing with Drugs", blz. 303, 304 (San
Fransisco: Pacific Research Institute for Public Policy,1987).
- [2]
- Franz Oppenheimer, "The State" (New York: Vanguard Press,1926).
Terug naar top.
Boeken over het libertarisme en aanverwante zaken
Murray Rothbard, "For a New Liberty" (New York: Libertarian Review
Foundation, 1985). Dit is algemeen boek over het libertarisme, met
vooral veel aandacht voor de praktijk van een libertarische samenleving.
David Friedman, "The
Machinery of Freedom" (La Salle: Open Court Publishing Company, 1989).
Dit is vooral een verdediging van het libertarisme op grond van grotere
algemene welvaart. Bovendien wordt in dit boek een beschrijving gegeven
van het rechtssysteem van IJsland in de middeleeuwen, wat volgens de
auteur een min of meer libertarische samenleving was.
Friedrich Hayek, et al., "Capitalism and the Historians" (Chicage:
The University of Chicago Press, Phoenix Books, 1963).Dit boek laat
onder meer zien dat zowel arm als rijk er in de 19-de eeuw door de
industriële revolutie in welvaart flink op vooruit gingen.
Ayn Rand, "Atlas Shrugged" (New York: Random House, 1957). Dit boek
is onder meer een verdediging, in romanvorm, van het kapitalisme en
individualisme op morele gronden. Het boek is in 1990 in een Nederlandse
vertaling uitgegeven door de Christian Morgenstern Uitgeverij onder de
titel "Wereldschok".
Bruce Benson, "The Enterprise of Law" (San Francisco: Pacific
Research Institute for Public Policy, 1990). Dit boek geeft onder andere
een beschrijving van hoe particuliere rechtspraak werkt inde huidige
Amerikaanse samenleving en hoe particuliere rechtspraak nog verder
geïmplementeerd zou kunnen worden.
Terry Anderson en Donald Leal, "Free Market Environmentalism"(San
Francisco: Westview Press, 1991). In dit boek schetsen de auteurs
privé-eigendom en de markt als een alternatief voor overheidscontrole,
voor het verkrijgen van een goed milieu.
Harry Browne, "How I Found
Freedom in an Unfree World" (New York: Avon Books, 1974). Dit boek gaat
niet zo zeer over politiek, maar is een boek met veel tips over hoe je
in je eigen leven zo vrij mogelijk kunt zijn, in de zin van zoveel
mogelijk doen waar je zin in hebt.
Terug naar top.
|